Gemeentelijke basisschool

Een duik in de geschiedenis van ons onderwijs


Willem I koning van de verenigde Nederlanden had voor 1830 heel wat inspanningen gedaan om het onderwijs in ons taalgebied te organiseren en een betere kwaliteit te brengen. Al die inspanningen werden bij de onafhankelijkheid van België van tafel geveegd. Er moest ‘vrijheid’ zijn.
Het recht om onderwijs in te richten werd overgelaten aan gemeenten en allerlei verenigingen, met een ineenstorting van het systeem als gevolg. Om het even wie kon een school openen zonder enige controle van hogerhand, wat natuurlijk kwaliteit van het onderwijs niet ten goede kwam.
Bovendien was de kost om een degelijk onderwijs in te richten voor de gemeenten veel te hoog. Ze vonden het vaak al meer dan voldoende om een schoolgebouw en woning ter beschikking te stellen. Van werkingskosten, materiaal en een degelijke wedde voor de onderwijzer was meestal geen sprake meer.
Ook in Evergem was het in die tijd zo pover gesteld met het onderwijs. Zo kwam in 1841 Severinus Roseel in Evergem, hij kreeg een jaarwedde van 200 fr. Een riant inkomen was dit zeker niet , onderwijzen was dan ook maar een bijverdienste, Severinus moest er in die tijd zeker nog een beroep bij doen om rond te komen. Bijna onmogelijk om op die manier degelijk onderwijs te voorzien.
De leerlingen brachten zelf brandhout mee naar de school en als er bij hen thuis geslacht werd, dan kreeg de onderwijzer ook zijn deel.

Het grote gebrek aan interesse van de overheid in die tijd gaf de Katholieke kerk de gelegenheid het organiseren van het onderwijs grotendeels in handen te nemen.

De eerste schoolwet in 1842 bracht geleidelijk aan verandering in de gegroeide wantoestanden op gemeentelijk niveau. Deze “eerste schoolwet” verplichtte de gemeenten hun onderwijstaak ernstig op te nemen: “Er zal in elke gemeente van het land ten minste één lagere school zijn ingericht in een behoorlijk lokaal. Alle kinderen van 7 tot 14 jaar hebben recht op gratis onderwijs.”
Om die doelstellingen te bereiken mochten de gemeenten bestaande scholen aannemen.
Niet dat hierdoor meteen alle problemen van de baan waren, het onderwijslandschap veranderde slechts langzaam en veel onderwijzers gaven het vroegtijdig op vanwege de moeilijkheden en het ondergewaardeerd worden van hun beroep.

In Evergem waren in 1842 tijd vier officiële dagscholen met in totaal 64 leerlingen (maar 64!)
Het schooltje in Wippelgem van Andries Criel was één daarvan.
Andries Criel die naast zijn beroep als onderwijzer ook nog koewachter was bleef maar tot 1854 in Wippelgem. Hij verhuisde naar Kerkbrugge waar hij het na nog enkele jaren onderwijs voor bekeken hield en landbouwer werd.
Meneer Criel werd in Wippelgem vervangen door meneer Van Damme die het in 1856 al opgaf. Daarop werd de school voor 4 jaar gesloten.
Voor dagonderwijs moesten de kinderen van Wippelgem dan maar naar Doornzele waar Constant Moereels de taak van onderwijzer had. Moereels was naast zijn beroep van onderwijzer ook nog bakker en winkelier.
In 1860 meldde meneer Karel De Baets zich als onderwijzer voor Wippelgem. Na De Baets hield A Claeys , de plaatselijke koster de school open in 1874, maar in 1878 was zij al in handen van A. Bogaerts.
Ook in de andere scholen was vaak sprake van veel personeelswissels. Ondanks de nevenberoepen en de snelle wisselingen van de onderwijzers groeide het leerlingenaantal van de officiële dagscholen van 64 (in 1842) tot 386 in 1876.
In 1879 kwam een hele omwenteling in het onderwijswezen. De liberale partij had namelijk in 1878 overtuigend de verkiezingen gewonnen en trok meteen duchtig van leer tegen de katholieke overheersing binnen het onderwijs. De schoolwet van 1879 bracht het onderwijs volledig in handen van de staat.
Er volgde een hevige schoolstrijd die in het voordeel van de katholieken verliep. Ook Evergem bleef van deze wervelstorm niet gespaard. De bijna volledig katholieke gemeenteraad stak zoveel mogelijk stokken in de wielen van de toenmalige regering.
Zo bleef in 1880 slechts één officiële school meer over : de gemengde gemeenteschool van Belzele. En dat terwijl de katholieke scholen het goed deden, onder invloed van de priesters die de katholieke bevolking oplegde hun kinderen niet naar een officiële maar naar een katholieke school te sturen.
In 1884 zag de liberale regering in dat zij de strijd verloren hadden: de wet van 1884 moest weer voor schoolvrede zorgen.
De gemeenten moesten wel nog een lagere school hebben maar ze mochten vrije scholen aannemen. Evergem greep deze kans om het schoollandschap te hertekenen.
In Wippelgem was er een katholieke gemengde lagere school en bewaarschool (wat we nu kleuterschool noemen) in Kramershoek.

In 1904 werd zij opgesplitst in een jongens en een meisjesschool. Door die afsplitsing kwam de meisjesschool volledig onder toezicht van de kloosterzusters die voordien enkel de bewaarschool onder hun hoede hadden.
De jongensschool was toen 1 klas met Jozef De Pourcq als hoofdonderwijzer. Hij startte met 57 leerlingen, door concurrentie van de meisjesschool die ook jongens toeliet verminderde dat aantal na twee jaar tot 24. Na 1914 zag hij het leerlingenaantal weer stijgen dankzij de wet op de leerplicht. Meester De Pourcq bleef er 34 jaar les geven in zijn lokaal op de Kramershoek. Toen hij in 1938 zijn pensioen aanvroeg besloot de gemeente de aangenomen school om te vormen tot een gemeentelijke instelling voor jongens. Kort daarop werd de aankoop van grond voor een nieuw gebouw goedgekeurd.

Robrecht Mussche (die in 1970 burgemeester zou worden) werd aangesteld als hoofdonderwijzer, door zijn onophoudende inspanningen kon de bouw van de nieuwe school in 1942 gerealiseerd worden op de grond die de gemeente had gekocht van baron Oscar Van Loo in de Droogte. Verder slaagde meester Mussche erin om tegen 1 oktober 1938 62 leerlingen in te schrijven voor de school. Alleen de leerjaren van het derde tot en met het achtste leerjaar konden er gevolgd worden. Voor de eerste twee leerjaren en de bewaarschool waren de jongens aangewezen op de meisjesschool. Op die manier bleven de twee scholen naast elkaar bestaan in onderling akkoord dat de jongens vanaf het derde leerjaar naar de jongensschool in de Droogte gingen. Toen meester Mussche zich in 1967 terugtrok nam meester De Vos zijn plaats in. Hij bleef het bestuur op zich nemen tot hij in 1974 naar Evergem ging. Meester Boone volgde De Vos op in Wippelgem en Jozef Van de Wiele werd vast benoemd.
Met de fusie op 3 september 1979 werd Wippelgem een wijkafdeling met twee klassen.. Nog diezelfde maand vernielde een brand een deel van de school. Na een renovatie kwam er een vernieuwde keuken en een gymzaal.

In de jaren 90 kwam meer en meer de trend op om lagere scholen gemengd te organiseren. Een gemeenteschool mag uit principe geen leerlingen weigeren, dus als er meisjes komen… de concurrentie tussen de twee schooltjes barstte weer los. Deze keer was het de school in Kramershoek die haar leerlingen zag teruglopen en bleef de gemeentelijke basisschool als enige over. Omdat de schoolbevolking zo snel aangroeide volstonden de gebouwen niet meer en werden er containerklassen bij geplaatst. Tot op vandaag (september 2005) krijgen de leerlingen van de lager school les in containerklassen. De bouwplannen zijn eindelijk door de administratieve mallemolen geraakt en in augustus 2006 wordt gestart met de bouw van een nieuw, groter schoolgebouw.

Tijdens het schooljaar 2004—2005 vierden we in de gemeentelijke basisschool Evergem afdeling Wippelgem 10 jaar kleuterschool.

Wil u meer informatie over onze school, de werking, de projecten, enkele sfeerbeelden,… surf naar de gemeentelijke website www.evergem.be

Ann De Naegel


Bron: Geschiedenis van Evergem Achiel De Vos - Werkgroep

Webmaster Louty

onderdeel van www.wippelgem.be