zet als startpagina

historiek

technische gegevens

De Gerardsmolen vzw

molenactiviteiten

fotoalbum

Huidige toestand

De Gerardsmolen

1864 -genoemd naar de bouwheer Gerard Neyt­

TE WIPPELGEM GEMEENTE EVERGEM

 

De Gerardsmolen Te Evergem Wippelgem een bezoekje waard met pic-nic plaats, dez molen is nog regelmatig in gebruik.


Foto: Claeys René Een mooi plekje, een bezoekje waard

Houd u van een wandeling of eentochtje met de fiets dan is deze plekde ideale om uw pic-nic te verorberen,u kunt hier genieten van rust, stilte eneen mooi uitzicht op een frisse landelijke natuur, tevens is deze plaats
voorzien van pic-nic tafels
  

HISTORIEK 

Op 23 januari 1646 verleende Antonius Triest, bisschop van Gent, aan Jacques de Wulf en Lieven van Vooren de toelating om binnen Evergem-Sint.­Baafs een windmolen op te richten te Wippelgem. De eigenlijke bouw van de staakmolen en de uitbating dateert van 1645. Lieven van Vooren wordt in 1676 als eigenaar van de Wippelgemmolen ingezet.In 1699 vinden we Mattheus van Vooren als molenaar-eigenaar terug. Hij liet er in 1717 een rosmolen bijbouwen en zijn zoon Pieter werd mede-eigenaar en uitbater.

Op 23 februari 1756 werd de molen door de weduwe van Pieter en zijn dochter verkocht aan Livinus Neyt. (Stamvader van het Evergemse muldergeslacht dat verschillende molens bemaalde) De molen zal vanaf dan in handen blijven van de familie Neyt. Na Guillaume en zijn broer Louis Neyt, komt hij in 1833 in bezit van Engelbert en Gerard Neyt, zonen van Louis. Het was Gerard die, na het overlijden van zijn broer en na overleg met diens weduwe, besloot om de staakmolen te slopen en door een bergmolen te vervangen. Neyt had in die periode voldoende welstand opgebouwd om in 1863-64 het houten bouwwerk te vervangen door een stenen.

Men opteerde voor een binnenkruier, meer specifiek een kettingkruier. Dit was hetzelfde type als de Doomzelemolen, die in 1839 gebouwd werd (nu nog slechts romp).Om de kap naar de wind te draaien vond dit krui-systeem in deze streek enige bijval (Doomzele, Boekhoute.). Het is uitzonderlijk gebleven. (Deze molen is op dit vlak uniek) De bouwstenen werden vanuit Langerbrugge per schip aangevoerd tot aan de Bruggravenstroom, waar zij in platte schuiten werden overgeladen. Zij werden gelost op de aanlegplaats naast de molen.

Het gemaal werd uitgebaat door Gerard Neyt en zijn neef Ivo. In 1870 lieten zij een stoommachine plaatsen in de molen zodat het gebruik van de rosmolen wegviel.

De bouwheer Gerard Neyt overleed in 1876. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Jacob-Frans, die het aandeel van Ivo Neyt afkocht in 1895 zodat een einde kwam aan de periode waarin de molen sedert 1767 in verdeeldheid werd uitgebaat.

Bij het overlijden van Jacob-Frans in 1919 werd zijn 22-jarige zoon Kamiel de laatste molenaar van het geslacht Neyt op de Gerardsmolen. De molen raakte stilaan in verval. Kamiel overleed op 2 december 1965. Zijn erfgenamen hebben de molen aan de gemeente Evergem verkocht. Ter gelegenheid van 1000 jaar Evergem in 1966 kreeg de molen nog een restauratiebeurt, maar maalvaardigheid was toen niet de betrachting.

De in 1983 geplande restauratie moest de molen opnieuw maalvaardig maken. Tijdens de stormnacht van 27 november vloog de noodkap van de molen. De eigenlijke restauratie werd in 1984 aangevat door de PVBA Mariman uit Zele en in 1986 beëindigd.

Als mulder werd Antoine Saverwijns benoemd, een telg van het muldergeslacht uit de houten Kuitenbergmolen te Evergem. Een juridisch steekspel over verantwoordelijkheid rond gebreken vastgesteld bij de oplevering zorgde dat er weinig maalwerk te bespeuren viel.

In oktober 1994 ging de concessie over aan de vzw Gerardsmolen.

De derde restauratie van de molen vatte aan in augustus 2002 en is voltooid in Juni 2003.

TECHNISCHE GEGEVENS:    

Type : Ronde, stenen bergmolen met een kettingkruiwerk, een bovenkruier.

Functie : Korenmolen oorspronkelijk, waarschijnlijk ook oliemolen gezien het restant van een conisch, houten spoorwiel onderaan in de molen.

Eigenaar: Gemeente Evergem.

Monumentenwetgeving :Beschermd bij besluit van 30 april 1945.

Landschappelijke toestand: Ondanks de bebouwing in de buurt is de windvang nog vrij behoorlijk, dank zij de hoge belt.

Uitbatingtoestand : De molen werd niet meer gebruikt sedert 1940. Hij lag er lange tijd onbeheerd bij. De as was wegens averechts draaien uit de arduinen baansteen gelopen. Door de ingrijpende restauratie en het huidig onderhoud is de molen thans in behoorlijke staat. De molen wordt regelmatig bemalen, veevoeders voor landbouwers en hobbykwekers en voor de toekomst een optie op consumptiemeel.

Staande werk: Dit is een hoge maar eerder slanke molen, van de basis tot de nok ongeveer 19,30 m hoog. In de belt zijn er twee poorten aangebracht, nl. in de zuidoost-noordwest as. Deze ruime onderkamer zorgde dat de molenaar en zijn klanten gemakkelijk met paard en kar konden binnenrijden. De kuip is nooit geverfd geweest. De vrij grote kap is typisch Oost-Vlaams qua vorm. Het krui-systeem zit achteraan in de kap. Kruien (=naar de wind zetten), geschiedt door middel van een ketting, die van op de dam aangetrokken wordt. De kap loopt op ijzeren rollen een zogenaamd engels kruiwerk.

Draaiend werk: Er is een geklinknageld gevlucht met een lengte van 24 m. Het tempo van de wieken is afhankelijk van de kracht van de wind. Door meer of minder zeil te leggen houdt men het malen onder controle. De zeilen zijn van een synthetische stof WK 77 genaamd. De askop is Kempens met een eiken liggende as. De staande as is van pitch-pine en ontkoppelbaar onder het spoorwiel, zodat de maalstenen niet via mechanische aandrijving gebruikt kunnen worden. Op de begane grond is er een kleine mechanische maalderij opgesteld die destijds met de stoommachine werd aangedreven, nu elektrisch. Verder is er op de meelvloer een kleine haverpletter. Momenteel zijn er nog twee steenkoppels van Franse natuursteen en een koppel grauwe stenen van basaltlava; alle koppels hebben een overbrengingsverhouding van 4,08. Om de molen af te remmen, is er een olmen plankvang met een vangtrommel. Er is een licht conisch, houten sleepluiwerk om zakken graan op te trekken en meel neer te laten.

DE GERARDSMOLEN vzw.  

Dat de molen te Wippelgem opnieuw regelmatig draait is te danken aan de vrijwillige inspanningen van vzw Gerardsmolen. Deze vereniging werd opgericht in mei 1994. De initiatiefnemers hebben tot doel de molen terug in werking te stellen, alsook het inrichten van allerlei sociale en culturele activiteiten. Om met de molen te kunnen malen was aanvankelijk de samenwerking met de molenaars Frans Brouwers en Johan van Holle nodig. Via de molenaarsvereniging vzw Levende Molens kon een opleiding tot vrijwillig molenaar gevolgd worden. Dit maakt dat er thans 6 gediplomeerde molenaars zijn zodat de toekomst van de Gerardsmolen als getuige van het eeuwenoude molenaarsambacht verzekerd zal blijven. De ploeg medewerkers is samengesteld op basis van hun interesse in de molen en in functie van hun talent op artistiek, technisch of ambachtelijk vlak.

De vrijwillige molenaars zijn: molensteen van de Gerardsmolen te Evergem Wippelgem

Aspirant-molenaars in stage

 

 MOLEN ACTIVITEITEN. 

De molen is toegankelijk op:

• de Vlaamse molendag 25 april 10
• Wippelgemkermis de zondag 22 augustus 10, met een oase van rust en terras
aan de molen
• de Open Monumentendag "Van nature...een monument" van 12 september.10 Met
een pannekoekenbak voor de goede mensen uit Wippelgem en omstreken. Bovendien bestaat de vzw Gerardmolen
in 2010reeds 16 jaar !
• de Oost-Vlaamse molendag op 03 oktober 10
• De molen is gratis (een vrijwillige bijdrage is natuurlijk welkom) te bezoeken elke tweede zondag van de maand van 10.00 h tot 18.00 h. Bij goede wind kan hij draaien en malen. (uitgez. 2e zondag van augustus)


 
.Info : Danny Bundervoet, tel: 09/378.66.59
mail : gerardsmolen@gmail.com

Geleide bezoeken (min 10 pers.) zijn mogelijk op afspraak (14-tal dagen op voorhand), ook in de week.

© Met dank aan de Gerardsmolen vzw
Webmaster louty

deze pagina maakt deel uit van www.wippelgem.be